Eerst het park, dan de opvang?
Het nieuwe Café Anoniem krijgt eindelijk een vergunning. Dat is goed nieuws. Een stad of provincie die mensen zonder thuis aan hun lot overlaat die verliest een stukje van haar menselijkheid.
Toch roept de beslissing van de provincie vragen op. Het opvangcentrum mag immers pas openen wanneer de stad eerst de gronden voor een belevingspark heeft verworven én dat park volledig heeft aangelegd.
Niemand betwist het belang van groen, leefbaarheid en kwaliteitsvolle publieke ruimte. Maar er is een verschil tussen wat wenselijk is en wat noodzakelijk is. Een park is wenselijk. Een opvangcentrum voor mensen zonder thuis is noodzakelijk.
Opmerkelijk is ook dat de provincie het dossier eerder nog weigerde omdat een ruimere visie op de omgeving ontbrak. Pas nadat de stad die visie had uitgewerkt volgde een vergunning. Dat is op zich verdedigbaar. Een overheid moet immers waken over de ruimtelijke kwaliteit van projecten.
Toch blijft de vraag of de opgelegde voorwaarde proportioneel is. Juridisch mogen vergunningen aan voorwaarden worden gekoppeld wanneer die nodig zijn om een project ruimtelijk aanvaardbaar te maken. Maar hier wordt de ingebruikname van een sociaal opvangcentrum afhankelijk gemaakt van een toekomstige grondaankoop en de realisatie van een bijkomend ontwikkelingsproject. Dat houdt slechts onrechtstreeks verband met de sociale functie van het gebouw zelf.
Het risico is duidelijk: als de grondverwerving of de aanleg van het park vertraging oploopt blijft ook de opvang langer in een precaire huisvestingssituatie. Niet omdat het gebouw niet klaar is maar omdat eerst aan een bijkomende voorwaarde moet worden voldaan.
Daar komt nog een ander risico bij. Door de opeenvolgende vertragingen dreigt ook de financiële haalbaarheid van het project onder druk te komen staan. Subsidies zijn vaak gekoppeld aan strikte uitvoeringstermijnen. Wanneer de realisatie te lang aansleept ontstaat het gevaar dat de toegekende middelen - meer dan 1.000.000 euro - geheel of gedeeltelijk verloren gaan. Uiteindelijk zou dat de Hasselaar duur kunnen komen te staan door hogere kosten of bijkomende investeringen die de stad zelf moet dragen.
Bovendien rijst de vraag hoe deze beslissing zich verhoudt tot de ambitie om de stationsbuurt en de omgeving van de Oude Statie verder te versterken. Kernversterking vraagt niet alleen investeringen in publieke ruimte. Ze vraagt ook maatschappelijke functies die mensen ondersteunen, ontmoeting mogelijk maken en kansen bieden aan wie het moeilijk heeft. Een sterk stadscentrum bouw je niet alleen met pleinen, parken en infrastructuur maar ook met zorg, solidariteit en nabijheid.
Goed bestuur betekent niet alleen waken over ruimtelijke kwaliteit. Het betekent ook de moed hebben om maatschappelijke urgentie te herkennen en daarnaar te handelen.