Hasselt staat sterk, van goede en gezonde cijfers naar zichtbare resultaten

De jaarrekening 2025 van de Stad en het OCMW te Hasselt is goedgekeurd. En ja, de cijfers zijn goed. Meer dan goed zelfs. Maar ik wil hier geen zelfgenoegzaam stuk schrijven. Ik wil eerlijk zijn over wat deze rekening ons zegt, ook over de delen die ongemakkelijker zijn.

Wat de cijfers zeggen

Hasselt sluit 2025 af met een exploitatieoverschot van meer dan 22 miljoen euro. Het beschikbaar budgettair resultaat bedraagt ruim 47 miljoen euro. De autofinancieringsmarge, de maatstaf die toont of een stad haar dagelijkse werking en leningen structureel aankan, staat op circa 19 miljoen euro in het positief.

Dat zijn geen abstracte getallen. Dat betekent dat Hasselt haar facturen betaalt, haar leningen beheert én nog ruimte overhoudt om vooruit te kijken. In tijden waarin veel steden en gemeenten krap zitten, is dat een stevig fundament. Het is ook het resultaat van jaren voorzichtig beleid.

Belastingen zijn niet verhoogd. Schulden zijn onder controle gehouden. Reserves zijn opgebouwd. Het bestuursakkoord dat we samen schreven, maakt daar een duidelijke keuze voor: een gezond financieel beleid als garantie voor een duurzame toekomst. Die lijn loopt door.

Maar er is een opdracht

Toch wil ik hier niet blijven staan bij de goede nieuws. Want de jaarrekening legt ook iets anders bloot, iets wat ik op de gemeenteraad ook gezegd heb.

We investeren bijna 30 miljoen euro, maar een belangrijk deel wordt doorgeschoven naar volgend jaar. Van het geplande investeringsbudget werd vorig jaar slechts 49 procent effectief gerealiseerd. Dat is al niet geweldig. Maar het echt zorgwekkende cijfer zit bij de investeringsontvangsten.

Van de voorziene 23 miljoen euro aan inkomsten uit investeringen, bijvoorbeeld subsidies en terugvorderingen, werd slechts 4 miljoen euro effectief ontvangen. Dat is 18 procent. Daarmee kunnen we niet tevreden zijn, en dat zeg ik zonder omwegen.

Dat heeft gevolgen voor onze liquiditeit, voor onze planning en voor het vertrouwen dat inwoners mogen hebben dat wat beloofd wordt ook op tijd wordt afgeleverd.

Wat ik hieruit leer

Gezonde financiën zijn geen doel op zich. Ze zijn het middel om dingen te doen. Om te investeren in wijken, in infrastructuur, in mensen. En als de plannen er zijn, de middelen er zijn, maar de uitvoering achterblijft, dan leveren we niet wat we beloofd hebben.

Dat vraagt om drie dingen. Scherper prioriteren: niet alles tegelijk, maar de juiste dingen eerst. Sneller beslissen: minder tijd in voorbereiding, meer durf om te kiezen. Consequenter uitvoeren: afspraken nakomen, opvolgen, bijsturen waar nodig.

Dat is mijn inzet voor de komende maanden. Niet meer plannen, maar meer realisaties. Niet meer vergaderen over projecten, maar projecten opleveren.

Vooruitkijken

We mogen ook niet naïef zijn. Er zijn structurele uitdagingen aan de horizon. Pensioenlasten nemen toe. Financiële verplichtingen groeien. De economische context blijft onzeker. Een stad die vandaag goed scoort, moet ook morgen de rekeningen kunnen betalen.

Daarom blijft voorzichtigheid deel van ons kompas. Maar voorzichtigheid betekent niet stilstaan. Het betekent dat we weloverwogen, maar wel degelijk stappen blijven zetten.

Hasselt staat financieel sterk. Nu moeten we dat omzetten in wat onze inwoners werkelijk merken: een stad die er zichtbaar op vooruit gaat, klaar wordt gemaakt voor de toekomst met een moderne publieke infrastructuur, een proper openbaar domein, een uitmuntende dienstverlening en een uitstekend voorzieningenniveau in al haar kerntaken, voor jong en oud en in de binnenstad als in de groene landelijke stadsrand.

Groeten, Tom

Vorige
Vorige

Een simpele “goeiendag” kost niets

Volgende
Volgende

Een toekomstgerichte fusiestad