Naar een volgende stap in de gemeentefusie
Een debat dat we niet uit de weg mogen gaan
In De Standaard van 24 augustus houdt Vooruit-parlementslid Kurt De Loor een pleidooi om Vlaanderen tegen 2036 te laten evolueren naar 98 lokale besturen. Voor Limburg betekent dat onder meer een verdere schaalvergroting rond Hasselt. In zijn voorstel zouden Hasselt en Kortessem worden uitgebreid met Diepenbeek, Alken, Zonhoven, Herk-de-Stad, Halen en Lummen. Met andere woorden: de huidige politiezone Limburg Regio Hoofdstad zou uitgroeien tot één krachtige bestuursentiteit.
De discussie die De Loor hiermee op gang brengt verdient meer aandacht dan de klassieke reflexen voor of tegen gemeentefusies. Zijn voorstel is geen aanval op lokale identiteit maar een antwoord op een realiteit die steeds moeilijker te ontkennen valt. Bovendien sluit het aan bij een langlopende ambitie binnen het Vlaamse debat over bestuurskracht en regiovorming.
Lokale besturen onder toenemende druk
Vandaag worden lokale besturen geconfronteerd met een ongeziene complexiteit. De uitdagingen op het vlak van wonen, klimaat, mobiliteit, zorg, veiligheid en economische ontwikkeling worden steeds groter. Tegelijk wordt het voor heel wat gemeenten moeilijker om gespecialiseerd personeel aan te trekken en voldoende expertise op te bouwen. Onderzoek binnen het Steunpunt Bestuurlijke Vernieuwing wijst al jaren op het belang van bestuurskrachtige lokale besturen die deze uitdagingen aankunnen.
Daarom is het terecht dat De Loor de vraag stelt of vrijwillige fusies alleen voldoende zullen zijn. De voorbije jaren hebben vrijwillige fusies ongetwijfeld positieve effecten gehad. Toch blijft Vlaanderen een sterk versnipperd bestuurslandschap kennen. Veel gemeenten zijn voor belangrijke beleidsdomeinen afhankelijk van intergemeentelijke samenwerkingsverbanden waardoor verantwoordelijkheden worden verspreid over een kluwen van structuren.
Bestuurskracht als leidraad
Interessant is dat deze discussie niet alleen in politieke kringen wordt gevoerd. Ook onderzoekers van het Steunpunt Bestuurlijke Vernieuwing hebben erop gewezen dat verdere schaalvergroting bespreekbaar moet blijven wanneer Vlaanderen zijn bestuurskracht wil versterken. De vraag is niet alleen hoeveel gemeenten we hebben maar vooral of onze bestuurlijke organisatie nog voldoende aansluit bij de maatschappelijke realiteit van vandaag.
Hasselt als natuurlijke centrumstad
Voor centrumsteden zoals Hasselt is dat debat bijzonder relevant. Hasselt vervult vandaag al een regionale functie die ver voorbij de eigen gemeentegrenzen reikt. Dagelijks komen duizenden mensen naar onze stad voor werk, onderwijs, zorg, cultuur, handel en ontspanning. Onze arbeidsmarkt, woonmarkt, mobiliteitsstromen en economische relaties functioneren al lang niet meer binnen de grenzen van één gemeente.
Vanuit dat perspectief is het voorstel van De Loor niet onlogisch. De gemeenten van de politiezone Limburg Regio Hoofdstad vormen vandaag al een functioneel geheel op verschillende beleidsdomeinen. Een bestuurlijke structuur die beter aansluit bij die realiteit kan leiden tot meer slagkracht, meer expertise en een efficiëntere organisatie van publieke dienstverlening.
Schaalvergroting zonder identiteitsverlies
Dat betekent niet dat dorpen of deelgemeenten hun identiteit moeten verliezen. Integendeel. Lokale verbondenheid kan perfect samengaan met een sterkere bestuursstructuur. De fusie tussen Hasselt en Kortessem toont dat schaalvergroting mogelijk is zonder het lokale karakter uit te wissen. Sterker nog: een grotere gemeente kan net meer investeren in professionele dienstverlening, participatie en wijkgerichte werking.
Te vaak wordt het debat voorgesteld als een keuze tussen efficiëntie en nabijheid. Dat is een valse tegenstelling. We moeten streven naar beide. Besturen moeten dicht bij de burger staan maar ze moeten ook sterk genoeg zijn om de uitdagingen van de toekomst aan te pakken.
De fundamentele vraag is daarom niet hoeveel gemeenten Vlaanderen historisch telt. De vraag is welke bestuursstructuur we nodig hebben om Vlaanderen ook in de komende decennia bestuurbaar, democratisch en slagkrachtig te houden.
Kurt De Loor verdient krediet omdat hij dat debat zonder taboes voert. Niet omdat zijn voorstel vandaag al volledig uitgewerkt zou zijn maar omdat hij de moed heeft een discussie te openen die Vlaanderen vroeg of laat toch zal moeten voeren. Nogmaals, het voorstel herneemt eigenlijk de ambitie die Vlaanderen al veel langer koestert maar niet durft uitvoeren. Voor de gevolgen van deze inertie waarschuwen de wetenschappers van het Steunpunt Bestuurlijke Vernieuwing.
Sterke gemeenten zijn geen doel op zich. Ze zijn een middel om inwoners beter te bedienen, publieke middelen efficiënter in te zetten en onze regio's sterker te maken voor de uitdagingen van morgen. Als we die ambitie ernstig nemen dan mogen ook verplichte fusies op termijn geen taboe zijn. Niet als bedreiging van lokaal bestuur maar als een mogelijke investering in de toekomst ervan.