Euregionale reflex versterken
Euregionale reflex versterken voor een sterkere toekomst voor onze inwoners
In ’s-Hertogenbosch kwam, net voor de zomervakantie, het toezichtscomité van Interreg samen. Zo’n bijeenkomst lijkt op het eerste gezicht technisch en bestuurlijk maar in werkelijkheid gaat het net over iets veel fundamentelers: hoe regio’s over landsgrenzen heen samenwerken aan concrete oplossingen voor mensen en bedrijven.
Vanuit de Raad van Bestuur van de VVSG was ik aanwezig om het standpunt te vertolken van de Vlaamse Steden en Gemeenten.
Europa werkt waar het telt: in de regio
Interreg is één van de belangrijkste instrumenten van de Europese Unie om grensoverschrijdende samenwerking te versterken. Het programma brengt overheden, bedrijven, kennisinstellingen en organisaties samen om gezamenlijke uitdagingen aan te pakken – van innovatie en economie tot klimaat, mobiliteit en zorg.
Tijdens het toezichtscomité wordt precies daarover beslist:
welke projecten steun krijgen
hoe middelen strategisch worden ingezet
en hoe we samenwerking sterker maken op lange termijn
Het comité is daarbij het hoogste beslissingsorgaan binnen het programma en bewaakt de uitvoering en impact.
Van overleg naar impact
De bijeenkomst in Den Bosch maakte opnieuw duidelijk dat Europa niet veraf is. Integendeel: het zit in concrete projecten die de leefwereld van onze inwoners verbeteren.
Denk aan initiatieven rond:
innovatie en ondernemerschap
klimaat en circulaire economie
gezondheidszorg en sociale inclusie
grensoverschrijdend wonen en werken
Die thema’s staan centraal binnen Interreg-programma’s zoals Maas-Rijn waar samenwerking tussen Nederland, België en Duitsland leidt tot duurzame economische en sociale ontwikkeling.
Wat opvalt: de echte meerwaarde ontstaat wanneer partners elkaar versterken over grenzen heen. Niet door naast elkaar te werken, maar door samen te investeren in oplossingen die geen grenzen kennen.
Euregionale reflex versterken
Voor steden zoals Hasselt is dat bijzonder relevant. Onze toekomst ligt niet alleen binnen onze eigen stadsgrenzen maar in sterke netwerken binnen de Euregio.
De gesprekken in Den Bosch tonen dat die samenwerking evolueert van projectdenken naar echte strategische partnerschappen. Minder losse initiatieven, meer gerichte keuzes rond impact en schaal.
Dat sluit ook aan bij een duidelijke ambitie:
👉 sterker inzetten op Europese middelen als hefboom voor lokale projecten
👉 samenwerking gebruiken om sneller te innoveren
👉 onze regio positioneren als een dynamische speler in Europa
Concreet betekent dat voor Hasselt:
bewust kiezen voor Euregionale samenwerking
investeren in partnerschappen (kennisinstellingen, bedrijven, steden)
en Europese middelen koppelen aan onze eigen beleidsprioriteiten
Hasselt moet offensief spelen
We staan op een kruispunt. Willen we een stad zijn die volgt? Of een stad die leidt?
Als centrumstad in de Euregio hebben we alles in huis:
sterke kennisinstellingen
ondernemerschap
een strategische ligging
Maar dat vertaalt zich alleen in resultaten als we durven kiezen.
👉 Kiezen voor grensoverschrijdende samenwerking
👉 Kiezen voor slimme investeringen
👉 Kiezen voor projecten met echte impact
Niet afwachten tot kansen passeren. Ze zelf creëren en voortrekker willen zijn.
Samenwerking als kracht, niet als keuze
Wat bijblijft van deze bijeenkomst is eenvoudig: samenwerking over grenzen heen is geen optie meer,maar een noodzaak.
De uitdagingen waar we vandaag voor staan – klimaat, economie, mobiliteit, zorg – stoppen niet aan de grens. En dus moeten ook de oplossingen grensoverschrijdend zijn.
Interreg biedt daarvoor niet alleen middelen, maar vooral een kader om vertrouwen op te bouwen tussen regio’s. En dat vertrouwen is misschien wel de belangrijkste investering van allemaal.
Sterke steden kijken niet naar grenzen, maar naar kansen. Wie vandaag samenwerkt over grenzen heen, bouwt morgen aan een sterkere toekomst voor zijn inwoners.