Fiscale rechtvaardigheid boven fiscale symboliek

De voorbije weken woedt op verschillende plaatsen het debat over een belasting op tweede verblijven. Ook in Hasselt duikt die vraag af en toe opnieuw op. Dat is een legitiem debat. Eigenaars van een tweede verblijf maken immers gebruik van onze stad, onze infrastructuur en onze dienstverlening. Het is dan ook logisch dat we ons de vraag stellen of iedereen op een eerlijke manier bijdraagt.

Voor mij gaat het daarbij niet in de eerste plaats over hoeveel geld een nieuwe belasting zou kunnen opbrengen. De essentie is of een belasting rechtvaardig, proportioneel en uitvoerbaar is.

Iedereen draagt vandaag al bij

Soms wordt het debat voorgesteld alsof inwoners alle lasten dragen en eigenaars van een tweede verblijf niets bijdragen. Dat beeld klopt niet.

Eigenaars van een tweede verblijf betalen vandaag al onroerende voorheffing en dragen via de gemeentelijke opcentiemen bij aan de werking van onze stad. Tegelijk betalen zij geen aanvullende personenbelasting in Hasselt, omdat die gekoppeld is aan de gemeente waar iemand officieel gedomicilieerd is.

De werkelijkheid is dus genuanceerder dan vaak wordt voorgesteld. Daarom moeten we voorzichtig zijn met eenvoudige slogans en zwart-witredeneringen.

Rechtvaardigheid betekent ook proportionaliteit

Voor CD&V staat de lokale gemeenschap centraal. Wie gebruikmaakt van onze stad mag ook bijdragen aan haar werking. Maar die bijdrage moet wel in verhouding staan tot wat iemand vandaag al betaalt.

Fiscaliteit moet vertrekken vanuit billijkheid. Belastingen moeten begrijpelijk, verdedigbaar en door burgers als eerlijk ervaren worden. Dat betekent ook dat we moeten vermijden dat bepaalde groepen eenzijdig worden geviseerd omdat zij minder zichtbaar zijn in het lokale politieke debat.

Fiscaliteit moet altijd vertrekken vanuit het algemeen belang en nooit vanuit het gemak waarmee een specifieke doelgroep kan worden belast.

Een belasting is dan ook geen doel op zich. Ze moet beantwoorden aan duidelijke principes van rechtvaardigheid, proportionaliteit en gelijkheid.

Goed bestuur begint bij uitvoerbaarheid

Een belasting op tweede verblijven is vandaag een aangiftebelasting. Een sluitende controle is niet mogelijk. Daardoor geven vooral de correcte en plichtsbewuste burgers zich aan terwijl anderen buiten beeld blijven.

Ook de definitie van een tweede verblijf roept vragen op. Wat beschouwen we precies als een tweede verblijf?

  • Een studio of appartement voor een studerend kind?

  • Een zorgwoning voor een ouder of grootouder?

  • Een woning die te koop staat?

  • Een tijdelijke verblijfplaats voor iemand die tijdens de werkweek in Hasselt verblijft?

  • Een woning van iemand die deels in het buitenland woont?

Dat lijken misschien technische details maar ze raken de kern van goed bestuur. Een belasting die niet correct, objectief en consequent kan worden toegepast creëert onzekerheid en tast het vertrouwen van burgers in de overheid aan.

Voor mij blijft het gelijkheidsbeginsel daarom essentieel. Iedereen moet volgens dezelfde regels behandeld worden.

Eerst moet een systeem waterdicht, objectief en juridisch robuust zijn. Pas daarna kan een debat gevoerd worden over de wenselijkheid van een belasting.   Voor een waterdicht systeem doe ik een oproep aan de hogere overheden in ons land om ons als lokaal bestuur hierin bij te staan.   Een uniform systeem voor alle lokale besturen is wenselijk én eerlijk.

Gezonde financiën vragen meer dan nieuwe belastingen

De opdracht van een overheid is niet om belastingen maximaal te verhogen maar om belastinggeld maximaal te laten renderen voor haar inwoners. Dat vraagt discipline, efficiëntie en een duidelijke focus op zowel de uitgaven als de inkomsten van een Stad en hoe die onze stad sterker zouden kunnen maken.

Hasselt heeft de voorbije jaren bewezen dat het mogelijk is om een aantrekkelijke, dynamische en financieel gezonde centrumstad te zijn zonder een belasting op tweede verblijven.

Mocht het debat over een tweedeverblijfstaks in de toekomst opnieuw gevoerd worden dan moet die belasting voor mij aan vier voorwaarden voldoen. Ze moet:

  • objectief zijn;

  • controleerbaar zijn;

  • proportioneel zijn;

  • voor iedere eigenaar gelijk toepasbaar zijn.

Eigenaars van een tweede verblijf mogen een billijke bijdrage leveren voor lokale voorzieningen maar die bijdrage moet steeds redelijk blijven, rekening houden met de reeds betaalde onroerende voorheffing en het gelijkheidsbeginsel respecteren.

Dat is de kern van een lokaal fiscaal beleid dat niet vertrekt vanuit fiscale symboliek maar vanuit fiscale rechtvaardigheid.

Vorige
Vorige

Eerlijke fiscaliteit: federale keuzes mogen lokale dienstverlening niet onder druk zetten

Volgende
Volgende

Kernversterking