Niet procederen maar groeien
De procedure van Genk, Alken en tientallen andere lokale besturen tegen de federale pensioenregeling legt een fundamenteel debat bloot. Het gaat niet alleen over pensioenen. Het gaat over de vraag hoe sterk onze steden en gemeenten morgen moeten zijn.
Vandaag trekt de federale overheid een grens op 100.000 inwoners. Wie erboven zit die komt in aanmerking voor bijkomende financiële ondersteuning vanuit Brussel. Wie eronder zit niet. Over de juridische houdbaarheid daarvan zal het Grondwettelijk Hof zich uitspreken. Maar los van die uitspraak moeten we ons afvragen wat deze discussie ons leert over de toekomst van lokaal bestuur.
Voor Hasselt is de situatie veelzeggend. Na de fusie met Kortessem groeide onze stad uit tot meer dan 90.000 inwoners. Daarmee behoren we tot de grootste centrumsteden van Vlaanderen. Toch blijven we onder de symbolische grens van 100.000 inwoners.
Dat roept een interessante vraag op. Indien ook Alken deel had uitgemaakt van de fusie dan zat Hasselt vandaag wellicht boven die grens. Het debat toont dus niet alleen de arbitraire aard van een bevolkingsdrempel aan. Het toont vooral aan dat schaal steeds belangrijker wordt in de manier waarop hogere overheden naar steden kijken.
Schaal telt
Dat is geen toeval.
Steeds meer uitdagingen stoppen niet aan de gemeentegrens. Mobiliteit, economie, wonen, klimaat, veiligheid en zorg vragen een aanpak op een schaal die groter is dan de historische gemeentegrenzen van de negentiende eeuw.
Daarom stimuleerde Vlaanderen gemeentefusies. Niet uitsluitend om efficiënter te werken maar vooral om sterkere besturen te creëren. Besturen met voldoende bestuurskracht om complexe uitdagingen aan te pakken en hun belangen te verdedigen.
De discussie over de grens van 100.000 inwoners bevestigt die evolutie. Grotere steden beschikken niet alleen over meer bestuurskracht. Ze verwerven ook meer gewicht in het overleg met andere overheden.
Groot én nabij
Tegenstanders van schaalvergroting waarschuwen vaak voor een grotere afstand tussen burger en bestuur. Dat argument verdient aandacht maar is niet doorslaggevend.
Onze Grondwet voorziet immers expliciet in de mogelijkheid om vanaf 100.000 inwoners districten op te richten. Sterke lokale betrokkenheid en een grotere bestuurlijke schaal hoeven elkaar dus niet uit te sluiten. Integendeel. Districten maken het mogelijk om een krachtige stad te combineren met een sterke lokale verankering.
Groter hoeft niet afstandelijker te betekenen.
Durven vooruitdenken
De les van dit dossier is groter dan een discussie over een pensioenfactuur.
De vraag is niet of Hasselt vandaag enkele duizenden inwoners tekortkomt om een federale grens te halen. De vraag is hoe we in Limburg de centrumstad verder kunnen versterken voor de komende decennia.
De fusie met Kortessem was geen eindpunt maar een beginpunt. Ze heeft aangetoond dat schaalvergroting werkt. De discussie over de 100.000 inwoners toont aan dat die schaal in de toekomst alleen maar belangrijker wordt. Niet alleen voor financiële ondersteuning maar ook voor de bestuurlijke positie die een stad kan innemen.
Daarom moeten we dit debat niet bekijken vanuit het gevoel dat Hasselt vandaag net uit de boot valt. We moeten het bekijken als een wake-upcall. De uitdagingen van morgen stoppen niet aan de gemeentegrens. Onze bestuurlijke structuren mogen dat evenmin doen.
Terwijl anderen procederen over de grens van 100.000 inwoners moeten wij durven nadenken over de volgende stap. Over een sterkere centrumstad. Over meer bestuurskracht. Over een stadsregio die economisch, ruimtelijk en maatschappelijk voldoende gewicht heeft om haar toekomst in eigen handen te nemen.
De echte les van dit dossier is niet dat de grens van 100.000 inwoners arbitrair is. De echte les is dat schaal ertoe doet. Wie morgen gewicht wil hebben die moet vandaag durven groeien. Niet procederen, maar groeien.