15 miljoen euro minder voor Hasselt maakt een eerlijk kerntakendebat onvermijdelijk

Een begrotingsmaatregel die mensen zal raken

De Vlaamse regering wil de komende jaren ongeveer 1 miljard euro besparen op het Gemeentefonds. Voor Hasselt gaat het om ongeveer 15 miljoen euro minder inkomsten tijdens deze bestuursperiode.

Dat lijkt op het eerste gezicht een technische begrotingsmaatregel. Dat is het niet.

Die besparing raakt de overheid die het dichtst bij de mensen staat. De overheid die verantwoordelijk is voor veilige buurten, propere straten, sociale ondersteuning, sportinfrastructuur, cultuur, mobiliteit en een sterke lokale gemeenschap.

Wie bespaart op gemeenten die bespaart uiteindelijk op de inwoners.

Meer verwachtingen, minder middelen

De beslissing is des te opmerkelijker omdat Vlaanderen jarenlang van lokale besturen heeft gevraagd om meer verantwoordelijkheid op te nemen. Gemeenten moesten het verschil maken op vlak van klimaat, wonen, welzijn, armoedebestrijding, integratie, mobiliteit en veiligheid.

De grote maatschappelijke uitdagingen komen immers het scherpst tot uiting op lokaal niveau.

Maar vandaag dreigt een vreemde redenering te ontstaan: steden en gemeenten krijgen steeds meer opdrachten terwijl de middelen om die opdrachten uit te voeren afnemen.

Dat is geen versterking van het lokaal bestuur. Dat is het verzwakken ervan.

Vertrouwen is de basis van goed bestuur

Nog problematischer is dat lokale besturen hun meerjarenplannen hebben opgesteld op basis van financiële afspraken die Vlaanderen zelf heeft vastgelegd. De groeivoet van het Gemeentefonds was geen vrijblijvende beleidsintentie maar een engagement waarop steden en gemeenten hun beleid hebben gebaseerd.

Wanneer een overheid tijdens een lopende bestuursperiode zulke afspraken wijzigt gaat het niet alleen over geld. Dan gaat het over bestuurlijke betrouwbaarheid.

Lokale besturen moeten kunnen rekenen op stabiele en voorspelbare afspraken. Zonder vertrouwen wordt degelijk financieel beheer bijzonder moeilijk.

De factuur wordt steeds groter

Voor Hasselt is deze besparing op zichzelf al aanzienlijk. Maar de echte uitdaging ligt in de optelsom die zich aandient.

Ook de federale regering werkt aan hervormingen waarvan de impact op lokale financiën aanzienlijk kan zijn. Denk aan de toekomstige financiering van politie- en brandweerzones. De rekening die vandaag vanuit Vlaanderen wordt doorgeschoven dreigt morgen nog groter te worden.

Wie de lokale financiën onder druk zet mag niet verbaasd zijn wanneer investeringen vertragen, projecten worden uitgesteld of de beleidsruimte van gemeenten verder krimpt.

Ook lokale besturen moeten keuzes maken

Toch zou het te gemakkelijk zijn om alleen naar Vlaanderen of Brussel te wijzen.

Ook lokale besturen moeten naar zichzelf durven kijken.

De voorbije jaren zijn steeds meer verwachtingen, projecten en opdrachten bij steden en gemeenten terechtgekomen. Sommige daarvan behoren onmiskenbaar tot de kern van een lokaal bestuur. Andere zijn gaandeweg gegroeid zonder dat ooit fundamenteel werd besproken of ze wel een lokale kerntaak zijn.

Daarom hebben we nood aan een ernstig kerntakendebat.

Wat verwachten we nog van een lokaal bestuur?

Wat verwachten we vandaag eigenlijk van een gemeente? Welke dienstverlening moet absoluut overeind blijven? Welke investeringen zijn essentieel voor de toekomst van onze stad? En welke taken horen misschien beter thuis bij andere bestuursniveaus?

Dat debat mag geen ideologische afbraakoperatie worden. Integendeel. Het moet gaan over focus. Over de vraag waar de overheid echt een verschil maakt in het leven van mensen.

Voor mij ligt die focus duidelijk bij een bereikbare, moderne, efficiënte en betaalbare dienstverlening dicht bij de inwoner. Voor baby's én senioren. Voor inwoners van het centrum én van de deelgemeenten. Met bijzondere aandacht voor zorg, gezinnen, verenigingen, wonen, mobiliteit, veiligheid en een sterke lokale economie.

Dat zijn de zaken waarop inwoners ons beoordelen. Terecht.

Sterke gemeenten zijn geen kostenpost

De discussie over het Gemeentefonds gaat daarom over veel meer dan begrotingstabellen. Ze gaat over de toekomst van het lokale bestuur in Vlaanderen.

Willen we sterke steden en gemeenten die hun verantwoordelijkheid kunnen opnemen? Of willen we lokale besturen die steeds meer verwachtingen moeten inlossen met steeds minder middelen?

Vanuit mijn christendemocratische overtuiging is het antwoord duidelijk. Sterke lokale besturen zijn geen kostenpost. Ze vormen het fundament van een sterke samenleving. De uitdagingen van vandaag worden niet opgelost in vergaderzalen of begrotingsdocumenten maar in buurten, wijken en dorpen.

Daar wordt beleid tastbaar.

Tijd voor duidelijke keuzes

Vlaanderen moet stoppen met lokale besturen te beschouwen als het sluitstuk van zijn begroting. Wie gelooft in sterke steden en gemeenten, moet ook bereid zijn daarin te investeren.

Maar tegelijk moeten lokale besturen zelf de moed hebben om keuzes te maken. Niet alles kan. Niet alles moet. En niet alles behoort noodzakelijk tot de kerntaak van een gemeente.

De komende jaren zullen daarom niet alleen in het teken staan van financiële discipline maar vooral van politieke keuzes.

Want uiteindelijk gaat het niet over een miljard euro.

Het gaat over de vraag welke overheid morgen nog het verschil kan maken in het dagelijkse leven van mensen.

En precies daarop mogen we niet besparen.

Volgende
Volgende

PVS/AUDAC een wereldspeler uit Stevoort