Minder schuld is meer toekomst

Ik krijg vaak de vraag waarom Hasselt er bewust voor kiest minder te lenen terwijl er zoveel noden zijn in onze stad. Het antwoord is eigenlijk eenvoudig. Goed bestuur kijkt verder dan vandaag. Elke euro die we nu lenen, moet morgen worden terugbetaald. Door onze inwoners of door de generaties na hen.

De schulden van vandaag zijn de belastingen van morgen. Voor mij betekent schuldafbouw dan ook een rechtstreekse maatregel in het voordeel van de volgende generatie.

Het gemakkelijke pad bestaat maar wij kiezen het niet

In de lokale politiek is de verleiding vaak groot om elke financiële ruimte die er ontstaat meteen weer in te vullen met nieuwe projecten, extra investeringen of bijkomende maatregelen. Dat is begrijpelijk. De noden zijn vaak reëel, de vragen van de inwoners zijn vaak terecht en niemand wil nee zeggen, als het even kan.

Maar net die logica is op de lange termijn gevaarlijk.

De vraag die ik mijzelf als schepen van Begroting en Financiën telkens stel is niet "wat kunnen we doen?" maar "wat mogen we doen, zonder de rekening door te schuiven naar wie er na ons komt?" Het is die houding die voor mij de kern vormt van wat een goed, verstandig en voorzichtig bestuur hoort te zijn.

We schreven deze houding en deze positie ook klaar en helder neer in het bestuursakkoord 2026-2031. Dit akkoord is geen “vodje papier” maar een helder kompas waarmee we onze stad doorheen de komende jaren navigeren. In dit bestuursakkoord werd het volgende afgesproken en opgenomen: “Gezonde stadsfinanciën zijn de beste garantie voor een duurzame toekomst. We verhogen de belastingen niet, we houden de schuldenlast onder controle en we bouwen reserves op voor de uitdagingen die nog komen.” Een duidelijke akte van vertrouwen voor de generatie(s) van morgen.

Wat we met de bijsturing van het meerjarenplan beslissen

Jaarlijks wordt het stadsbudget 2 x aangepast en bijgesteld. Noem het een budgetmonitoring. Begrotingscijfers worden zo afgestemd op de realiteit. Beleidsaccenten worden, waar nodig, verscherpt. Een eerste wijziging van het meerjarenplan 2026-2031 stond geagendeerd op de gemeenteraad van juni 2026 met als meest belangrijke element dat de goede financiële jaarcijfers van het werkingsjaar 2025 boekhoudkundig konden worden ingebracht in het meerjarenplan 2026-2031. Een goed financieel resultaat uit 2025 biedt zo, vanaf 2026, financieel extra ademruimte. Die ruimte zouden we eenvoudigweg kunnen opvullen met nieuwe uitgaven. Die keuze hebben we evenwel - bewust - niet gemaakt.

We kozen er voor om de vrijgekomen financiële ruimte meteen in te zetten om de schuldenlast onder controle te houden én af te bouwen. Vanaf 2027 verlagen we zo de schuldenlast van de stad op stelselmatige manier. Dat is geen technisch detail. De opmaak van het meerjarenplan 2026 - 2031 voorzag vanaf 202§ een jaarlijkse schuldopbouw van 6 miljoen euro per jaar oftewel een totaal bedrag aan schuldopbouw van 36 miljoen euro in de periode 2026 - 2031. De goede cijfers in het eerste werkingsjaar / overgangsjaar 2025 laten het nu toe om, vanaf 2026, de gebudgetteerde schuldopbouw te neutraliseren. Zonder in te boeten op het geplande ambitieniveau belasten we het financieringsbudget niet zoals aanvankelijk voorzien. Op deze manier denken en handelen we in het belang van de 90.000 Hasselaren van vandaag én belasten we niet wie er na hen komt.

De kerncijfers spreken voor zich:

  • Daling van de voorziene nieuwe leningen (2027-2031): 5,05 miljoen euro minder dan gepland

  • Exploitatiesaldo budget 2026: +8,4 miljoen euro

  • Investeringssaldo budget 2026: -39,1 miljoen euro

Het exploitatiesaldo laat zien dat de dagelijkse werking van de stad financieel gezond is. Het investeringssaldo laat zien dat we blijven investeren in de toekomst van Hasselt, maar vanuit een kader dat houdbaar is.

Minder lenen is niet minder ambitie

Schuldafbouw betekent niet dat we stilstaan. Integendeel. We blijven investeren maar we doen dat gefocust. Niet overal een beetje maar gericht, waar het écht telt en iets oplevert voor bewoner & buurt.

De bijsturing van het meerjarenplan voorziet, vanuit dat perspectief, vanaf 2026 dan ook enkele bijkomende uitgaven in meer gebruiksvriendelijke dienstverlening voor de inwoners, te weten:

  • UiTPAS: +66.541 euro per jaar, zodat verenigingen en organisatoren maximaal ondersteund worden zonder gevolgen voor de eindgebruiker

  • Digitalisering parkeerkaarten: +71.728 euro per jaar voor meer gemak bij het gebruik van bewoners- en bezoekerskaarten

  • Slimme cameratoepassingen bij stadsevenementen: +30.000 euro per jaar vanaf 2027, gericht op veiligheid bij de groeiende kalender van Hasseltse evenementen

  • Correctie van de lonen: +203.816 euro per jaar, een eerlijke en noodzakelijke keuze voor het stadspersoneel. Het effect van het overschrijden van de spilindex voor de lonen maakt dat het stadsbudget dient te worden bijgesteld met bijkomend te voorziene personeelsuitgaven voor een bedrag van 3,6 miljoen euro in de periode 2027 - 2031 en dit samenge(s)teld als volgt;

    • 2026: € 533.559

    • 2027: € 597.795

    • 2028: € 684.394

    • 2029: € 587.137

    • 2030: € 613.065

    • 2031: € 638.885

Dit zijn geen grote symbolische investeringen. Het zijn wel, al dan niet noodzakelijk of verplicht, keuzes die het dagelijks leven van de Hasselaren concreet zullen verbeteren: makkelijker parkeren, beter betaalbare vrijetijdsparticipatie, meer en beter beveiligde evenementen en de voortdurende inzet in het doen garanderen van een algehele - kwalitatief sterke - dienstverlening dankzij de inzet van onze administratie en het personeel. Het betreft de kern van waar een stadsbestuur mee moet bezig zijn.

Prioriteiten stellen is ook een vorm van moed

Ik weet dat het vragen (en het voortdurend hameren) op een financiële discipline niet altijd de meest populairste boodschap is. Mensen willen resultaten zien. Ze willen dat de stad beweegt, investeert én (liefst snel) reageert op de noden die ze voelen. Niet alles kan evenwel altijd tegelijk. De illusie dus dat alles altijd kan.

Als alles als belangrijk wordt beschouwd dan is niets nog prioritair. Zo werkt het dus niet. Niet in een huishouden thuis maar ook niet in het huishoudboekje van een stadsbestuur. Ik geloof in de opdracht van een goed rentmeesterschap. Dit vraagt de moed om niet altijd mee te gaan in de verwachting dat er altijd nog iets extra bij kan. Concreet betekent dit dat er gewezen moet worden op het vasthouden aan een duidelijke prioritering van taken en opdrachten met als duidelijke, steeds weerkerende, budgettaire vraag, principe en afweging “ Is dit (g)een bewuste keuze en beschermt die keuze onze inwoners op lange termijn (of niet) ?”.

Het bestuursakkoord beschrijft dit als het principe van de goede huisvader: een evenwichtige en rechtvaardige benadering voor alle inwoners mét de rekeningen op orde. Dat is geen beperkende metafoor. maar het is een duidelijk belofte aan de Hasselaren die wij willen nakomen.

Kijken naar twintig jaar later

Als ik een beslissing voorstel of neem dan stel ik me altijd de vraag: hoe zal men hier over twintig jaar op terugkijken? Zal men zeggen dat we de goede keuzes hebben gemaakt, ook toen het moeilijk was?

Met de eerste bijsturing van het meerjarenplan denk ik van wel. Al kan het altijd beter. Voor nu neutraliseren we de schuldopbouw, we treffen verder duidelijke pensioenvoorzieningen en, op enkele punten, versterken we de essentiële dienstverlening voor onze inwoners.

De (financiële) rit zal de komende maanden en jaren uitdagend blijven en ons voor duidelijke keuzes blijven stellen. Voor nu volgen we met een periodieke analyse de voortgang van de geplande investeringen en van de geplande projecten verder op. Met een kritische blik en rekeninghoudend met de realiteit en de context die vaak, en ook snel, wijzigt. We leggen de focus in de komende jaren meer op de inzet van een gebundeld - en dus minder verspreid - beleid. Functies, diensten en middelen bundelen we vanuit een transversale en gebiedsgerichte reflex waarin synergie en multifunctionaliteit sleutelbegrippen vormen. Ruimte verdichten als antwoord op ruimte verknippen en versplinteren. Bundelen betekent dan ook, in de kern, versterken. Het betreft dus zowel een financiële, een investerings- als een inrichtingslogica die voor mij richting geeft aan het verstandig en het zorgvuldig inzetten en besteden van publieke financiële middelen.

Een eerlijke analyse

De extra uitgaven, waarin de aanpassing van het meerjarenplan dus ook voorziet, zijn elk afzonderlijk best verdedigbaar omdat ze raken aan de belangrijke bevoegdheden en opdrachten van de stad die daarenboven een vaak een direct effect - en meerwaarde - hebben op/voor onze inwoners.

In totaliteit moet het beleid evenwel kritisch blijven voor zichzelf want deze bijkomende werkingsuitgaven betekenen niet meer of niet minder dan een structurele stijging van de uitgaven zoals die in het aanvankelijke meerjarenplan 2026-2031 werden voorzien.

En daar zit het risico: dat we blijven toevoegen zonder het geheel scherp genoeg te bewaken.

Een verstandig en een voorzichtig beleid is volgens mij dan ook niet louter meetbaar aan alle projecten die men steeds maar aan het meerjarenplan wenst toe te voegen maar zeker ook aan de hand van alle projecten die men “durft te laten”.

Net daarin ligt de grote uitdaging die de volledige beleidsploeg in de komende weken en maanden met elkaar zal moeten verbinden.

Sterk bestuur zit immers niet in de optelsom van het aantal projecten maar in het helder en in het standvastig prioriteren van de uitgaven voor de dagelijkse werking en de structurele investeringen. Dit alles binnen een verder - en helder - af te bakenen debat over de lokale kerntaken van een lokaal bestuur zoals het onze.

Groeten,

Tom

Volgende
Volgende

Club C: waar verbinding centraal staat